
•·Het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 220 halve dagen.
•·Voldoen aan een proef die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager onderwijs aan te vatten, peilt.
•·Beschikken over een bewijs dat de leerling het voorgaande schooljaar onderwijs heeft gevolgd in een Nederlandse onderwijsinstelling uit een lidstaat van de Nederlandse taalunie. Momenteel komen enkel attesten uit Nederland hiervoor in aanmerking.
De drie hierboven beschreven voorwaarden zijn niet van toepassing op leerlingen die worden ingeschreven in Franstalige scholen die gelegen zijn in de rand- en taalgrensgemeenten in Vlaanderen